Opnieuw matig broedsucces van grutto in 2025 – waar staan we en wat betekent het?

02 jan , 13:03 Nieuws
Grutto Nature Today 53725a29-8120-46ef-a120-bebc2ad81f5b
Thijs Glastra

Voor de grutto was 2025 opnieuw een matig broedseizoen waarbij landelijk gemiddeld iets meer dan de helft van de broedparen succes heeft gehad met het grootbrengen van tenminste één gruttokuiken.

Dit blijkt uit de tellingen in de Boerenlandvogelmonitor van de provinciale landschapsbeheerorganisaties, BoerenNatuur en de Bond Friese Vogelwachten.

Het gemiddelde broedsucces van de grutto is een lichte verbetering ten opzichte van het matig tot slechte broedseizoen van 2024, maar nog steeds onvoldoende voor behoud van de Nederlandse gruttopopulatie in de toekomst.

Monitoring van het broedsucces

Voor de grutto wordt in veel weidevogelgebieden het Bruto Territoriaal Succes (BTS) bepaald. In het voorjaar wordt het aantal broedparen geteld en eind mei tot half juni het aantal gruttogezinnen met (bijna) vliegvlugge kuikens. De verhouding tussen het aantal broedparen en het aantal gezinnen geeft het BTS. Het BTS is een goede indicatie voor het broedsucces van de grutto en wordt weergegeven met het stoplichtmodel: groen (voldoende, meer dan 65 procent), oranje (mogelijk onvoldoende, 50 tot 65 procent) en rood (onvoldoende/slecht, minder dan 50 procent). In 2024 kwam het BTS van de grutto landelijk gemiddeld op de grens van oranje naar rood. Dit jaar kleurt het stoplichtmodel oranje.

In totaal zijn ruim tienduizend broedparen van de grutto gevolgd om een goede indicatie te kunnen geven van het landelijke broedsucces. De resultaten komen overeen met het onderzoek naar jonge, vliegvlugge grutto’s van Vogelbescherming, Rijksuniversiteit Groningen en Sovon, die later in het seizoen worden geteld op verzamelplekken voor de trek. Daaruit bleek dat het aantal uitgevlogen jongen in 2025 weliswaar hoger ligt dan in de afgelopen jaren, maar nog steeds zo’n 11 procent lager is dan nodig om de populatie weer te laten groeien.

Geschikt leefgebied, predatie en droogte

Voor een succesvol broedseizoen spelen sleutelfactoren als een geschikt leefgebied, predatiedruk en weersomstandigheden een belangrijke rol. Dat bepaalt of er voldoende voedsel beschikbaar is en of er voldoende rust en veiligheid is om op te groeien. De factoren hebben onderling invloed op elkaar en lijken ook dit jaar voor forse regionale verschillen te zorgen.

In Friesland bijvoorbeeld waren de broedresultaten op het eerste gezicht gemiddeld, maar bij nadere analyse bleken regio’s sterk uiteen te lopen. De aanhoudende droogte van februari tot eind mei en de lokaal hoge predatiedruk speelden een duidelijke rol. Opvallend is dat op de Friese Waddeneilanden aanzienlijk minder gruttoparen tot broeden kwamen dan vorig jaar. In Noord-Holland scoorden, net als voorgaande jaren, de grote gebieden met veel broedparen gemiddeld hoger dan de kleinere gebieden. Opvallend waren de groene cijfers in de noordelijke gebieden, zoals West-Friesland en Wieringen, terwijl het broedsucces op Texel juist bijzonder laag was, waarschijnlijk door het droge voorjaar.

Structurele druk op de populatie

De cijfers laten zien dat het broedsucces van de grutto – ondanks incidenteel goede jaren – onder druk staat. Het aantal broedparen neemt elk jaar af en het broedsucces is structureel te laag om de landelijke gruttopopulatie op peil te houden.

Het broedsucces van 2025 onderstreept het belang van investeren in maatregelen die de kwaliteit van het leefgebied verbeteren. De noodzaak van blijvende inzet op waterbeheer, predatiebeheer en weidevogelvriendelijke landbouw in het boerenland is duidelijker dan ooit. Daarbij is samenwerking tussen boeren (verenigd in agrarische collectieven), boerenlandvogelvrijwilligers, natuurorganisaties, jagers en alle andere gebiedspartijen onmisbaar.

In heel Nederland werken al ruim twaalfduizend boeren actief aan Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer. Verenigd in agrarische collectieven van BoerenNatuur leggen zij onder meer plasdrassen aan en beheren ze natuurlijk kruidenrijk grasland. Ruim zesduizend vrijwilligers zetten zich samen met de landschapsbeheerorganisaties actief in voor de monitoring en bescherming van weidevogels. Niet alleen tellen zij weidevogels, maar ook helpen zij de boeren bij de bescherming van nesten en kuikens op het boerenland.

Tekst: BoerenNatuurLandschappenNL en Bond Friese Vogelwachten 

Beeld: Thijs Glastra (leadfoto: grutto); Pieter Verbeek, BoerenNatuur

Bron: Nature Today