De provincie Fryslân krijgt 2 miljoen euro van het Rijk om de aanpak van funderingsproblemen verder te ontwikkelen en te versnellen. Met dit geld gaan overheden, inwoners en andere betrokken partijen de komende twee jaren samen aan de slag.
Ze onderzoeken welke maatregelen het meest effectief zijn om funderingsschade aan te pakken en in de toekomst te voorkomen.
Fryslân werkt al jaren samen met Wetterskip Fryslân en de acht veenweidegemeenten aan de funderingsproblematiek in het Friese veenweidegebied. Door deze actieve rol heeft de provincie een landelijke koploperspositie opgebouwd en aansluiting op de Nationale Aanpak Funderingsproblematiek (NAF). Het Rijk ziet onder andere de Friese aanpak als voorbeeld voor andere regio’s en heeft Fryslân daarom aangewezen als één van de zes landelijke pilotgebieden.
“Deze rijksbijdrage is een belangrijke erkenning van de rol die Fryslân vervult bij de aanpak van funderingsproblematiek. Samen met onze partners gaan we de komende jaren leren, testen en verbeteren, zodat we inwoners beter kunnen helpen en toekomstige schade zoveel mogelijk kunnen voorkomen”, aldus gedeputeerde Friso Douwstra.
Toenemend risico op funderingsschade
In het Friese veenweidegebied lopen door bodemdaling en lagere grondwaterstanden duizenden woningeigenaren risico op funderingsproblemen. Door bodemdaling kunnen funderingen verzakken. Bewoners merken dit vaak aan scheuren in muren, verzakte vloeren of ramen en deuren die moeilijk sluiten. De gevolgen kunnen groot zijn, zowel voor het wooncomfort als financieel. Herstel van funderingsschade brengt vaak hoge kosten met zich mee. Om woningeigenaren te ondersteunen hebben provincie en waterschap op dit moment binnen het Veenweidegebied twee subsidieregelingen voor funderingsonderzoek en -herstel waarmee een deel van de kosten vergoed wordt. Daarnaast is er het Funderingsloket Fryslân, waar bewoners informatie en hulp kunnen krijgen.
Waterschapsbestuurder Remco van Maurik: “Funderingsproblematiek vraagt om een gezamenlijke aanpak. Waterbeheer speelt daarbij een belangrijke rol, maar oplossingen ontstaan alleen als overheden, bewoners en andere partijen samen optrekken. Deze pilot geeft ons de mogelijkheid om te leren wat werkt en die kennis vervolgens breder toe te passen.”
Leren wat werkt
De bijdrage van het Rijk is nadrukkelijk niet bedoeld voor funderingsonderzoeken of het herstellen van funderingen. Het geld wordt ingezet om te onderzoeken welke aanpak het meest effectief is om samen met bewoners, overheden, financiële instellingen en andere betrokken partijen tot oplossingen te komen. Het beperkt zich niet tot oplossingen binnen het Veenweidegebied, maar ook voor daarbuiten. Het uiteindelijke doel is om samen met het Rijk en de andere pilotgebieden in Nederland te komen tot een bruikbare blauwdruk voor de aanpak van funderingsschade en het voorkomen van nieuwe schade. Daarbij geldt dat er geen garantie is dat binnen twee jaar alle antwoorden of oplossingen beschikbaar zijn. De pilot is vooral bedoeld om kennis te verdiepen en ervaringen te verzamelen.
Vijf deelpilots
In Fryslân wordt het geld ingezet voor vijf deelpilots. Deze richten zich op vraagstukken die voortkomen uit ervaring met de huidige funderingsaanpak. Onderzocht wordt onder meer hoe toekomstbestendig bestaande hoogwatercircuits zijn, die houten funderingen beschermen tegen droogstand. Ook wordt gekeken naar de werking van het Funderingsloket, de samenwerking tussen overheden en de gegevens die nodig zijn om de funderingsproblematiek goed in kaart te brengen. Daarnaast is er aandacht voor verduurzaming in gebieden met funderingsproblemen, bijvoorbeeld bij gemengd eigendom van woningen, en voor lessen uit eerdere maatschappelijke opgaven zoals de bodemsaneringsoperatie uit de jaren ‘90. Ten slotte wordt actief kennis uitgewisseld met de andere pilotgebieden in Nederland (Emmen, Rivierenland, Rotterdam, Dordrecht en Zaanstad), zodat regio’s van elkaar kunnen leren en succesvolle werkwijzen breder kunnen worden toegepast.